Boek 2 · Hoofdstuk negen, Waar Krishna is
Indraprastha
'Het is zoals u zegt, wijze Vidura,' zei Drupada. 'Ook ik verheug me over dit verbond. Het is volkomen juist dat deze prinsen naar het koninkrijk van hun voorouders terugkeren. Maar het past mij niet dat zelf te zeggen. Als de dappere zoon van Kunti, Yudhishthira, als Bhima en Arjuna en de tweeling zelf willen gaan, en als Balarama en Krishna, die allebei alle regels van de dharma kennen, het met hen eens zijn, laat de Pandava's dan gaan. Die twee doen altijd wat de zonen van Pandu aangenaam is en goed doet.'
Yudhishthira legde de beslissing bij hem terug. 'Koning, mijn jongere broers en ik zijn nu van u afhankelijk. Wat u ons beveelt, doen we graag.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk negen, Waar Krishna is
In hetzelfde hoofdstuk
Het geheime beraad, de kroonraad, de stichting van Indraprastha.