Boek 1 · Hoofdstuk twee
De oorringen van de koningin
Sauti begon met het verhaal van Paushya, het eerste van de drie verhalen die aan het begin staan.
Janamejaya, de zoon van Parikshit, hield met zijn broers een lang offer op de vlakte van Kurukshetra, het land van de Kuru's. Hij had drie broers, Shrutasena, Ugrasena en Bhimasena. Terwijl ze bij het offer zaten, kwam er een jong aangelopen van Sarama, de hondin van de goden. De broers van Janamejaya sloegen het, en het rende jankend van pijn terug naar zijn moeder.
'Waarom huil je zo?' vroeg zijn moeder. 'Wie heeft je geslagen?'
'De broers van Janamejaya.'
'Dan heb je iets misdaan.'
'Ik heb niets misdaan. Ik heb de offerboter niet met mijn tong aangeraakt, ik heb er zelfs niet naar gekeken.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk twee, De oorringen van de koningin