Boek 2 · bijlage
Stambomen
In dit boek groeit de familie. De vijf zonen van Pandu trouwen samen met Draupadi, Bhima krijgt een zoon bij de rakshasa-vrouw Hidimbi, en Arjuna verbindt zich op zijn tocht met drie vrouwen. Er komen nieuwe families bij: het huis van Drupada in Panchala, de familie van de leraren Drona en Kripa, en het huis van Krishna, dat ook dat van Kunti is.
Hierna volgen eerst de geslachten uit de verhalen die in dit boek verteld worden, daarna de hoofdpersonen van dit boek in zes stambomen, en ten slotte de namen die op elkaar lijken. De stambomen van boek 1, met het huis van Kuru, Satyavati en Vyasa, de zonen van Dhritarashtra en de zonen van Pandu met hun moeders, staan achter in dat boek.
Uit de verhalen van dit boek
De gandharva, Vasishtha, Vyasa en Narada vertellen over oudere geslachten. Wat ze over ouders en kinderen zeggen, staat hier bij elkaar.
- Surya, de zonnegod, heeft twee dochters, Savitri en de jongere Tapati. Koning Samvarana, de zoon van Riksha, trouwt met Tapati, en hun zoon is Kuru, naar wie het geslacht van de Kuru's heet (hoofdstuk 5).
- Vasishtha, de man van Arundhati, heeft honderd zonen. De oudste, Shakti, trouwt met Adrishyanti, en hun zoon is Parashara, dezelfde die later de vader van Vyasa wordt (hoofdstuk 6).
- Koning Kalmashapada, de zoon van Sudasa, uit het geslacht van Ikshvaku, is getrouwd met Madayanti. Bij haar verwekt Vasishtha Ashmaka, die het geslacht van Ikshvaku voortzet (hoofdstuk 6).
- Kushika is de vader van koning Gadhi van Kanyakubja, en Gadhi de vader van Vishvamitra. Het geslacht van Vishvamitra heet de Kushika's (hoofdstuk 6).
- Aurva, uit het geslacht van Bhrigu, wordt geboren uit de dij van zijn moeder, een van de vrouwen van dat geslacht (hoofdstuk 6).
- Nikumbha, een daitya uit het geslacht van Hiranyakashipu, is de vader van Sunda en Upasunda (hoofdstuk 10).
- Kauravya, een koning van de naga's uit het geslacht van Airavata, is de vader van Ulupi (hoofdstuk 11).
- Koning Prabhanjana van Manipura kreeg van Shiva de gunst dat er in zijn geslacht in elke generatie één kind geboren zou worden. Zijn nazaat Chitravahana heeft een dochter, Chitrangada, en haar zoon Babhruvahana zal het geslacht voortzetten (hoofdstuk 11).
- Takshaka, de koning van de slangen, is de vader van Ashvasena (hoofdstuk 13).
- De rishi Mandapala verwekt als sarngaka bij Jarita vier zonen: Jaritari, Sarisrikka, Stambamitra en Drona. Daarna gaat hij naar een tweede vrouw, Lapita (hoofdstuk 13).
De hoofdpersonen van dit boek
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Draupadi is de vrouw van alle vijf broers. Ze trouwt met hen de een na de ander, op opeenvolgende dagen, te beginnen bij Yudhishthira (hoofdstuk 8). Daarom staan de vijf en Draupadi onder één huwelijksbalk. Bij elk van de broers krijgt ze één zoon, met telkens een jaar ertussen (hoofdstuk 11). Onder de namen van de broers staat de god die hen verwekte. Hun moeders, Kunti en Madri, en Pandu, die naar de wet hun vader is, staan in de stambomen van boek 1. Bhima en Arjuna hebben nog andere vrouwen; die staan in de twee bomen hierna.
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Hidimbi, de zuster van de rakshasa Hidimba, kiest Bhima in haar hart tot man. Yudhishthira stemt toe, op voorwaarde dat ze Bhima elke avond terugbrengt, en Bhima blijft bij haar tot ze een zoon heeft. Ghatotkacha groeit in één uur op tot een man (hoofdstuk 4).
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Op zijn tocht van twaalf jaar verbindt Arjuna zich met drie vrouwen. Ulupi, de dochter van de naga-koning Kauravya, trekt hem in de Ganga naar het paleis van haar vader (hoofdstuk 11). Chitrangada, de enige dochter van koning Chitravahana van Manipura, krijgt hij op voorwaarde dat hun zoon het geslacht van haar vader voortzet; die zoon is Babhruvahana (hoofdstuk 11). Subhadra, de zuster van Krishna, neemt hij met geweld mee, en na de verzoening trouwt hij met haar. Hun zoon is Abhimanyu (hoofdstuk 11), de grootvader van koning Janamejaya, aan wie dit verhaal wordt verteld. Draupadi staat in de eerste boom.
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Drupada is de zoon van koning Prishata. Shikhandi is een kind van Drupada (hoofdstuk 5). Dhrishtadyumna en Draupadi zijn niet uit een vrouw geboren, maar bij het offer van Drupada uit het vuur en uit het midden van het offeraltaar opgerezen. De koningin van Drupada vraagt Yaja dat ze niemand anders dan haar als moeder zullen kennen, en Yaja stemt toe (hoofdstuk 5). Daarom is hun lijn gestreept: ze gelden als kinderen van Drupada en zijn koningin. Het epos noemt de naam van de koningin niet.
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Drona en Kripa zijn allebei zonder moeder geboren. Drona kwam voort uit het zaad van de rishi Bharadvaja, dat die in een kruik opving (hoofdstuk 1). Kripa en zijn tweelingzuster Kripi kwamen voort uit het zaad van de rishi Sharadvat, dat op een pol riet viel. Koning Shantanu vond de twee kinderen en voedde ze allebei op (hoofdstuk 1); in de boom staat Kripa als zijn pleegkind. Drona trouwt met Kripi, en hun zoon is Ashvatthama (hoofdstuk 1). Kripa is zo de zwager van Drona en de oom van Ashvatthama.
Zo ver als boek 2 het vertelt.
- eigen kind
- geldt als kind van (de juridische vader)
- verwekt door een god
- pleegkind
- ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
- cursiefwie het kind verwekte
Shura, een hoofdman van de Yadava's, is de vader van Vasudeva en van Pritha, die als kind aan Kuntibhoja werd gegeven en naar hem Kunti heet (boek 1). Krishna is dus een neef van de vijf broers, en Arjuna trouwt met Subhadra, de dochter van de broer van zijn moeder. Krishna is de zoon van Vasudeva en Devaki (hoofdstuk 7). Subhadra is de dochter van Vasudeva en heeft dezelfde moeder als haar broer Sarana (hoofdstuk 11). Balarama is de zoon van Rohini (hoofdstuk 8). Vyasa vertelt dat Vishnu twee haren uit zijn lichaam trok, een witte en een zwarte, en dat die de schoot van Rohini en van Devaki binnengingen: de witte werd Balarama, de zwarte Krishna (hoofdstuk 8). Dat Devaki de vrouw van Vasudeva is, zegt het epos tot hier niet met zoveel woorden, en wie de vader van Balarama is, ook niet. Daarom staan ze zo in de boom.
Het volk van Krishna heeft in dit boek veel namen. Het zijn de Yadava's, naar hun stamvader Yadu, de zoon van Yayati uit boek 1. De Vrishni's, de Andhaka's en de Bhoja's zijn stammen binnen dat volk (hoofdstuk 2 en 11). Krishna noemt het 'het geslacht van Satvata' (hoofdstuk 11), Draupadi noemt Subhadra 'de dochter van de Satvata's' (hoofdstuk 11), en Vidura noemt het volk van Krishna de Dasharha's (hoofdstuk 9).
Namen die op elkaar lijken
- Drona, twee keer. Drona, de leraar van de prinsen, heet naar de kruik waarin hij werd geboren. Drona, de jongste van de vier jonge sarngaka's van Mandapala, draagt 'dezelfde naam als de leraar van de Kuru-prinsen' (hoofdstuk 13).
- Chitrangada, drie keer. Chitrangada van Manipura, met wie Arjuna trouwt (hoofdstuk 11), heeft niets gemeen met Chitrangada, de zoon van Shantanu en Satyavati uit boek 1, en ook niet met de koning van de gandharva's met dezelfde naam, die die prins doodde.
- Krishna, Krishnaa en Krishna Dvaipayana. Krishna betekent de donkere. Krishna, de zoon van Vasudeva, is de neef van de vijf broers. Krishnaa, met twee a's, is een andere naam van Draupadi, om haar donkere huid (hoofdstuk 5). Krishna Dvaipayana is Vyasa.
- Vasudeva. Vasudeva is de vader van Krishna. Krishna noemt zichzelf 'de zoon van Vasudeva' (hoofdstuk 7).
- Rohini. Rohini is een maanhuis, een van de sterrengroepen waaraan men de tijd afleest (hoofdstuk 3); als ster is ze de geliefde van Soma, de maan (hoofdstuk 8). Rohini is ook de moeder van Balarama (hoofdstuk 8).
- De zonen van Draupadi. In dit boek heten ze Prativindhya, Sutasoma, Shrutakarma, Shatanika en Shrutasena, van Yudhishthira, Bhima, Arjuna, Nakula en Sahadeva (hoofdstuk 11). In boek 1 heette de zoon van Arjuna Shrutakirti, en de zoon van Sahadeva heette in de ene opsomming Shrutasena en in de andere Shrutakarman. Die verschillen staan in het epos zelf. Shatanika heet ook een oudere koning van de Kuru's, naar wie Nakula zijn zoon noemt (hoofdstuk 11), en in boek 1 heette een zoon van koning Janamejaya zo.
- Chitraratha. De gandharva die Arjuna aan de Ganga verslaat, zegt dat hij vroeger Chitraratha heette en nu Dagdharatha, 'met de verbrande wagen' (hoofdstuk 5). Ook in boek 1 heette een koning van de gandharva's Chitraratha. Of het dezelfde is, zegt het epos niet.
- Airavata. Airavata is de olifant van Indra, waarop die in de brand van het woud aanstormt (hoofdstuk 13). Airavata heet ook de naga uit wiens geslacht Kauravya, de vader van Ulupi, stamt (hoofdstuk 11).
- Kripa en Kripi zijn een tweeling: Kripa de broer, Kripi de zuster en de vrouw van Drona (hoofdstuk 1).