Naar de inhoud
De Mahabharataopnieuw verteld

Stamboom · boek 2

Het huis van Vrishni: Krishna, Balarama en Subhadra

Tien personen in vier generaties, zo ver als boek 2 het vertelt.

Klik op een naam voor het personage. Zoom met de knoppen, met Ctrl en het scrollwiel, of met twee vingers; sleep om te schuiven.

Zo ver als boek 2 het vertelt.

  • eigen kind
  • geldt als kind van (de juridische vader)
  • verwekt door een god
  • pleegkind
  • ∞getrouwd; een lijn zonder ∞: van een huwelijk vertelt het epos (nog) niets
  • cursiefwie het kind verwekte

De stamboom als afbeelding (PNG, met legenda)

Over deze stamboom

Shura, een hoofdman van de Yadava's, is de vader van Vasudeva en van Pritha, die als kind aan Kuntibhoja werd gegeven en naar hem Kunti heet (boek 1). Krishna is dus een neef van de vijf broers, en Arjuna trouwt met Subhadra, de dochter van de broer van zijn moeder. Krishna is de zoon van Vasudeva en Devaki (hoofdstuk 7). Subhadra is de dochter van Vasudeva en heeft dezelfde moeder als haar broer Sarana (hoofdstuk 11). Balarama is de zoon van Rohini (hoofdstuk 8). Vyasa vertelt dat Vishnu twee haren uit zijn lichaam trok, een witte en een zwarte, en dat die de schoot van Rohini en van Devaki binnengingen: de witte werd Balarama, de zwarte Krishna (hoofdstuk 8). Dat Devaki de vrouw van Vasudeva is, zegt het epos tot hier niet met zoveel woorden, en wie de vader van Balarama is, ook niet. Daarom staan ze zo in de boom.

Het volk van Krishna heeft in dit boek veel namen. Het zijn de Yadava's, naar hun stamvader Yadu, de zoon van Yayati uit boek 1. De Vrishni's, de Andhaka's en de Bhoja's zijn stammen binnen dat volk (hoofdstuk 2 en 11). Krishna noemt het 'het geslacht van Satvata' (hoofdstuk 11), Draupadi noemt Subhadra 'de dochter van de Satvata's' (hoofdstuk 11), en Vidura noemt het volk van Krishna de Dasharha's (hoofdstuk 9).

Alle stambomen van boek 2, met de namen die op elkaar lijken

Wie is wie

Shurahoofdman van de Yadava's

Vader van Vasudeva en Kunti.

Een hoofdman van de Yadava's, de vader van Pritha en van Vasudeva, de vader van Krishna. Zijn dochter Pritha geeft hij aan Kuntibhoja (hoofdstuk 14).

Devaki

Moeder van Krishna.

De moeder van Krishna (hoofdstuk 7). In haar schoot ging de zwarte haar van Vishnu (hoofdstuk 8).

Vasudeva

Zoon van Shura; vader van Krishna en Subhadra.

De broer van Kunti en de vader van Krishna en Subhadra (hoofdstuk 3 en 11).

Kuntieerst Pritha

Dochter van Shura; pleegdochter van Kuntibhoja; getrouwd met Pandu; moeder van Arjuna, Yudhishthira, Bhima en Karna.

De moeder van Yudhishthira, Bhima en Arjuna, en in het geheim ook van Karna. Op het toernooi herkent ze Karna en zegt er tegen niemand iets over (hoofdstuk 2). In Ekachakra stuurt ze Bhima naar de rakshasa Baka, om haar gastheer te redden (hoofdstuk 4). Als haar zonen Draupadi binnenbrengen, zegt ze zonder te kijken: 'Deel het samen' (hoofdstuk 8). Pritha is haar eerste naam; naar koning Kuntibhoja, die haar als dochter aannam, heet ze Kunti.

Rohiniuit het geslacht van Yadu

Moeder van Balarama.

De moeder van Balarama, een vrouw uit het geslacht van Yadu (hoofdstuk 8). Zij is een ander dan het maanhuis Rohini.

Krishnade zwarte haar van Vishnu

Zoon van Devaki en Vasudeva; getrouwd met Rukmini; vader van Pradyumna.

De zoon van Vasudeva en Devaki, uit het geslacht van de Yadava's, en een neef van de Pandava's: Kunti is de zuster van zijn vader. Op de bruidskeuze herkent hij de vermomde broers, en hij brengt de koningen tot bedaren: 'Dit meisje is rechtmatig verworven' (hoofdstuk 7). Hij zoekt de broers op in het huis van de pottenbakker (hoofdstuk 8), stuurt hun huwelijksgeschenken (hoofdstuk 8) en helpt hen zich in Khandavaprastha te vestigen (hoofdstuk 9). Hij wordt Arjuna's vriend, raadt hem aan zijn zuster Subhadra te ontvoeren en praat de woedende Yadava's om (hoofdstuk 11). Met Arjuna helpt hij Agni het Khandava-woud te verteren, en hij krijgt een discus (hoofdstuk 12 en 13). Volgens Vyasa is hij de zwarte haar van Vishnu (hoofdstuk 8), en hij en Arjuna zijn Nara en Narayana (hoofdstuk 11). Hij is een ander dan Vyasa, die ook Krishna heet, en dan Krishnaa, Draupadi.

Subhadra

Dochter van Vasudeva; getrouwd met Arjuna; moeder van Abhimanyu.

De dochter van Vasudeva, de zuster van Krishna en de zuster van Sarana van dezelfde moeder. Arjuna ziet haar op het feest op de Raivataka en neemt haar met geweld mee, met instemming van Krishna en Yudhishthira (hoofdstuk 11). Na de verzoening trouwt ze met hem. In Indraprastha komt ze bij Draupadi in de kleren van een koeherderin en zegt: 'Ik ben uw dienares!' Ze wordt de moeder van Abhimanyu (hoofdstuk 11).

Arjunavan Indra

Zoon van Kunti; geldt als zoon van Pandu; verwekt door Indra; getrouwd met Subhadra, Draupadi, Ulupi en Chitrangada van Manipura; vader van Abhimanyu, Babhruvahana en Shrutakarma.

De derde zoon van Kunti, verwekt door Indra, en de lieveling van Drona. Hij schiet de gier de kop af (hoofdstuk 2), neemt Drupada gevangen (hoofdstuk 2) en wint Draupadi op de bruidskeuze (hoofdstuk 7). Omdat hij de regel van de broers breekt om een brahmaan te helpen, trekt hij twaalf jaar het land door (hoofdstuk 10). Onderweg verbindt hij zich met Ulupi, Chitrangada en Subhadra (hoofdstuk 11). Hij krijgt de boog Gandiva en helpt Agni het Khandava-woud te verteren (hoofdstuk 12 en 13). De gandharva noemt hem Tapatya, naar Tapati, de stammoeder van de Kuru's (hoofdstuk 5), en hij heet Savyasachi, omdat hij met beide handen even goed schiet (hoofdstuk 8).

Balaramade witte haar van Vishnu

Zoon van Rohini; getrouwd met Revati.

De oudere broer van Krishna, de zoon van Rohini, die de ploeg als wapen draagt. Hij leert Bhima vechten met zwaard en knots (hoofdstuk 2) en kijkt met Krishna naar de bruidskeuze (hoofdstuk 7). Als Arjuna Subhadra meeneemt, wil hij in zijn eentje het hele geslacht van Kuru uitroeien, tot Krishna spreekt (hoofdstuk 11). Volgens Vyasa is hij de witte haar van Vishnu (hoofdstuk 8).

Abhimanyu

Zoon van Subhadra en Arjuna; vader van Parikshit.

De zoon van Arjuna en Subhadra, 'de onversaagde vol woede'. Hij is de lieveling van Krishna, leert van zijn vader alle wapens en wordt in moed en kracht Krishna gelijk (hoofdstuk 11). Hij is de grootvader van koning Janamejaya.

Zo ver als boek 2 het vertelt. Wat later pas blijkt, staat er niet bij.

In de verhalen

  1. De delen van de godenHoofdstuk acht · boek 1
  2. Het kind in het waterHoofdstuk veertien · boek 1
  3. Het schotHoofdstuk zeven · boek 2
  4. De koningenHoofdstuk zeven · boek 2
  5. Deel het samenHoofdstuk acht · boek 2
  6. Vijf Indra'sHoofdstuk acht · boek 2
  7. Het huwelijkHoofdstuk acht · boek 2
  8. IndraprasthaHoofdstuk negen · boek 2
  9. De ontvoeringHoofdstuk elf · boek 2
  10. De koeherderinHoofdstuk elf · boek 2

De verhalen waarin meerdere personen uit deze stamboom zelf optreden.

Dezelfde familie in andere stambomen

Andere stambomen