Boek 2 · Hoofdstuk zeven, Het schot
De koningen
Toen koning Drupada te kennen gaf dat hij zijn dochter wilde geven aan de brahmaan die het doel had geraakt, keken de koningen die voor de svayamvara waren uitgenodigd elkaar aan, en plotseling werden ze woedend. 'Hij gaat ons voorbij,' zeiden ze. 'Hij behandelt de verzamelde koningen als stro, deze Drupada, en hij wil zijn dochter, de mooiste van alle vrouwen, aan een brahmaan geven! Hij plant de boom en hakt hem om als die op het punt staat vrucht te dragen. Die ellendeling ziet ons niet staan; laten we hem doden. Hij verdient ons respect niet, en ook niet de eerbied die men aan ouderdom verschuldigd is. Laten we hem doden, samen met zijn zoon, want hij beledigt alle koningen. Hij nodigt ons uit, onthaalt ons op goed eten, en op het laatst veracht hij ons. Ziet hij in deze vergadering van koningen niet één koning die hem gelijk is? Iedereen kent het woord van de Veda dat de svayamvara voor de kshatriya's is. Een brahmaan telt niet mee als een kshatriya-meisje een man kiest. En als dit meisje niemand van ons tot man wil kiezen, koningen, laten we haar dan in het vuur werpen en naar onze rijken teruggaan. Maar die brahmaan mag niet gedood worden, ook al heeft hij de koningen uit bemoeizucht of hebzucht dit onrecht aangedaan, want onze rijken, ons leven, onze schatten, onze zonen en kleinzonen en alle andere rijkdom die we hebben, bestaan voor de brahmanen. Er moet hier iets gebeuren, uit angst voor schande en om te bewaren wat aan elke stand toekomt, zodat andere svayamvara's niet zo aflopen.'
Lees het hele verhaal in hoofdstuk zeven, Het schot
In hetzelfde hoofdstuk
De boog en het doel; het schot; de koningen.